1. Aardkundig, archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek (AAC-onderzoek)
We doen onderzoek naar de historie van het gebied. Welke elementen (boven en onder de grond) verwijzen naar de geschiedenis en moeten bewaard blijven? Dit doen we met een AAC-onderzoek.
Voor dit AAC-onderzoek duiken onderzoekers eerst de boeken en archieven in. Ze bestuderen literatuur en bodemkaarten van het gebied. Zo bepalen ze de plekken waar zich mogelijk aardkundige, archeologische of cultuurhistorische waarden bevinden. Daarna gaan ze het veld in om die plekken verder te onderzoeken.
Als de onderzoekers plekken met een grote (cultuur)historische waarde ontdekken, passen we de inrichting van het gebied hierop aan. Het AAC-onderzoek wordt de komende maanden uitgevoerd.
2. Bodemchemisch onderzoek
Met het bodemchemisch onderzoek brengen we de samenstelling van de bodem in kaart. We onderzoeken welke mineralen en grondstoffen in de bodem aanwezig zijn. Als we dat weten, kunnen we passende maatregelen nemen om de natuur in het gebied te herstellen en verbeteren.
Blijkt bijvoorbeeld dat de bodem te voedselrijk is voor de plantensoorten die van oudsher in het gebied voorkomen? Dan kunnen we besluiten om deze te verarmen. Dat kan bijvoorbeeld door de toplaag van de bodem af te schrapen, of door het gebied te maaien en het maaisel af te voeren.
Het bodemchemisch onderzoek vond eind oktober 2025 plaats. Onderzoekers hebben op verschillende plekken op de percelen bodemmonsters genomen. De monsters worden nu geanalyseerd.
3. Hydrologisch onderzoek
In de inrichting van het Liefstinghsbroek speelt water een hoofdrol. Zonder water immers geen natuur. We willen het grondwaterpeil in het gebied verhogen. Dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door sloten ondieper te maken of door watergangen om te leiden. In het hydrologisch onderzoek berekenen we welke manieren het beste bij het gebied én de omgeving passen. We kijken daarbij naar het grondwater en het oppervlaktewater.

